Home BertusBonk
Home

Cold Turkey

Na een tijdje met plannen rondgelopen te hebben startten Bert en Frits in januari 1980 met Cold Turkey. Frits had zijn zinnen gezet op drummer Anthony Delmonte-Lyon, die zijn drumstel er van langs placht te geven in Keith Moon stijl. Deelname van Anthony bleek een beetje een voorwaarde voor hem om mee te doen. Toen Anthony een tijd later uit de band vertrok stopte Frits er ook mee.


Frits trok met zijn levensstijl en pianotalent altijd wel muzikanten aan. Zo kwam op een dag, toen hij en Bert in zijn inmiddels legendarische hofjeswoning aan het repeteren waren, ook gitarist Willem van der Vet met zijn oude Fender Stratocaster binnen lopen. Willem hoopte met Frits te kunnen spelen, hij kwam op het juiste moment en het klikte meteen. De band was hiermee bijna compleet. Er moest nu nog een bassist komen. Frits had het plan opgevat dat Bert zich in de band geheel op zingen zou concentreren en de bas aan een ander liet. Dat trok Bertus, die eerder zanger was dan bassist, ook wel aan. Er moest nu dus nog wel een bassist gevonden worden. Vrij snel liep Bert zijn oude schoolvriend Jos van Eyk tegen het lijf, die behalve dat hij basgitaar speelde ook een eigen oefenruimte had in de Boekhorstraat. De perfecte combinatie zou je zeggen.

“In de tijd net voor Cold Turkey werd opgericht was er in de Haagse scene een band die Ducks Nightmare heette. Een vreselijke naam”, vertelt Bert later. “Frits zei eens: als ik een band zou beginnen met een vogelnaam, zou ‘ie Cold Turkey heten. Dat vond ik wel een goed idee. Ik hield altijd wel van spannende namen. Daarbij was het de titel van een van mijn favoriete John Lennon nummers”.

Bert: “We repeteerden elke dag. Na een paar weken begon het er steeds meer op te lijken en was het repertoir aanzienlijk gegroeid. We waren begonnen met een aantal nummers die ik al had. We waren heel productief en ik had altijd wel nieuwe teksten. We deden er ook nog een paar covers bij. Binnen een anderhalve maand waren we klaar voor het eerste optreden, in het Paard van Troje”. Enkele maanden later zouden ze hier terug keren in het voorprogramma van Herman Brood and his Wild Romance. Het programma bestond op dat moment uit enkele nummers die Bertus uit de Gestoordt tijd had meegenomen: Remona Paranoia, Still The Same en Playtime. Vervolgens een aantal nummers die hij in de tussen liggende periode schreef: Touch And Go Tumor (later omgedoopt in Never Stop Striking), They Got Me In Chains, Look In The Mirror, It’s Such a Waste, Like A Whore enThanks For Being Alive. Hierbij waren nog een paar favorieten van Frits toegevoegd: Do You Love Me (Berry Gordy, Jr.) en One Thing I Can Tell (Peter Pontiac). Dit laatste nummer kende Frits uit zijn tijd met een eerdere band The Misfits. Van deze, en andere nummers werden in de Boekhorststraat demo-tapes gemaakt. Inmiddels was de band in contact gekomen met de Libanees Antonov, een bekende van Frits. Deze wilde een paar door hem geschreven nummers op de band zetten in een soort van fusie tussen een traditionele Midden-Oosterse stijl en Westerse Rock. De groep repeteerde hiervoor in Antonov’s huis op de Prinsengracht.

Tijdens een van die repetities werd er aan de voordeur gebeld. Jos, zich van geen kwaad bewust, liep naar de deur om open te doen. Een verhitte Johnny Lion – jawel.. die van Sofietje – bleek de beller te zijn die in zekere staat van dronkenschap verkeerde. Naar het scheen kwam hij voor de een of andere kwestie zijn gram halen en viel daarbij spontaan met de deur in huis. Toevallig slachtoffer Jos mocht de honneurs waarnemen en ontving de kaakslag die Lion kennelijk voor iemand anders in zijn gedachte had. Toen de vergissing duidelijk werd heeft hij zijn excuses gemompeld. “Zijn stemming sloeg 180 graden om in enthousiasme toen hij van Antonov over zijn werk met Cold Turkey hoorde. Even euforisch als hij furieus was geweest bood hij de aan om ‘grootse’ dingen met ons te gaan doen”, vertelt Bertus.

“Ieder voor zich hadden we dat soort uitspraken wel vaker, in een of andere kroeg of ander dronken feest, gehoord en we waren dus niet onder de indruk. We hebben zijn ‘aanbod’ afgeslagen. Om Lion te ‘eren’ heb ik vervolgens het nummer No Flowers Needed geschreven”. Dit nummer zou lange tijd een belangrijke rol spelen in het repertoir van Cold Turkey.

Van de Prinsengracht verhuisde de band naar De Naald in Scheveningen, een rumoerig buurtcentrum nabij de haven, waar agressie van dronken bezoekers elk moment dreigde. Het had wel wat, de combinatie van Cold Turkey en De Naald.

Bert: “De repetitieruimte was in de kelder van het gebouw. In de pauzes was een lekkerbekkie eten op de hoek aan de haven vast prik. We deelden de ruimte die met Napalm die hun naam met grote viltstiftletters op de muur hadden geschreven. Op een dag ontdekte ik in een creatieve opwelling dat hier door er een paar letters tussen te plaatsen U-Napal-O-m-A Blanca van te maken viel. Oftewel Una Paloma Blanca. Dit is door de groep, die zich kennelijk zeer serieus nam niet in dank afgenomen”.

Om door te breken met een band moest je niet alleen goed zijn. Er was ook een platencontract nodig om aandacht en airplay te krijgen. Tijdens een party ontmoette Bert Shell Schellekens, een bekende producer in die tijd aan wie hij al eens een tape had laten horen. Shell had hier echter op dat moment weinig interesse in. “We raakten aan de praat en na veel soebatten wist ik hem over te halen om een opname met ons te maken. Deze afspraak hield echter niet lang stand. Gedurende het zelfde feest kwam Shell in aanraking met drummer Anthony Delmonte-Lyon. Allebei onder invloed van het een en ander kregen ze ruzie. Een opmerking van Anthony bleek Shell gevoelig geraakt te hebben. Hij beet hem toe dat hij die opname ook wel kon vergeten en dat was dat. Het was duidelijk dat Schellekens niet nogmaals om te praten was. Hoewel ik aan de ene kant de humor wel inzag en het misschien in mijn hart wel eens was met de bewuste opmerking van Anthony was ik aan de andere kant best ook wel pissig op hem”, vertelt Bert.

Uiteindelijk bracht dit voorval een dieper liggend meningsverschil naar boven en Anthony verliet de band. Direct gevolgd door Frits, die nu aangaf niet zonder hem verder te willen. De overgebleven drie leden hebben nog even gepoogd met een andere drummer door te gaan maar dit bleek niet te werken. Willem en Bert, die elkaar inmiddels in het schrijven van nummers hadden gevonden zijn op zoek gegaan naar een andere ritmesectie. Een drummer was vrij snel gevonden in de persoon van Menno Koomen, die ze van een bevriende band wisten los te weken. Een bassist bleek minder makkelijk te vinden. Uiteindelijk is dit David Bordeaux geworden. In deze formatie heeft de groep nog zo’n anderhalf jaar bestaan en zowel binnen als buiten Den Haag opgetreden. Vooral in het Paard van Troje had de band succes. Cold Turkey speelde hier twee maal voor een volle zaal tijdens een seizoenafsluiting. Van deze optredens is een audio-opname en een video-opname. Van deze laatste zijn beelden te vinden op YouTube. De opnames zijn door Willem van der Vet bewerkt en op YouTube gezet. Je kunt ze vinden op de Video pagina in deze site.

Cold Turkey heeft nog ongeveer anderhalf jaar in deze formatie bestaan en heeft gedurende die tijd regelmatig opgetreden. Onder andere in het voorprogramma van The Urban Heroes, in diverse plaatsen in het land. Er werden nog twee demo tapes opgenomen. Die naar clubs in het hele land werden gestuurd. De groep transformeerde zich in deze periode tot een stevige rock formatie. Belangrijke nummers in deze fase : I’ll Never Be (Like You Want Me To Be), No Meaning, Anyone, Anymore en Where Do I Fit In.

De band reperteerde intussen in een tot oefenruimte omgebouwd hofjeshuisje in Hofje Vredebest aan het Westeinde. Zowel Willem als Bert woonden in dit hofje, waarmee Cold Turkey de eerste Hofband genoemd kan worden. In de zomer kon het in de met matrasen geluidsgeïsoleerde ruimte zo benauwd worden dat na een uurtje de deur open gezet moest worden. Menig maal konden de bandleden zowat naar lucht happend naar buiten rollend gespot worden door omringende medebewoners. Bert: “Dit gaf wel een heel speciaal direct contact met het publiek. Eén keer kwam ook de olieboer langs, die de huisjes van stookolie voorzag (niemand had een gaskachel in die tijd). Hij vroeg of we nog een Fakelospeler nodig hadden. Verwonderd vroegen we wat dat dan wel was, een Fakelo. Onder luid schateren riep hij uit “een koeiekut met snaren”!

Ondanks alle inspanningen wilde het met de verlangde doorbraak niet lukken. In 1983 werd de band ontbonden. David is kort daarop in Billy The Kid terecht gekomen. Wllem sloot zich aan bij Kingsize And The Walkman. Van Menno is weinig meer vernomen. Bert had zich inmiddels bij Check The Computer gevoegd als backingzanger. Met de toetsenman van deze groep, Erik de Boer, schreef hij nog een aantal nummers, waarvan Let It All Come door Check The Computer en later The Urban Heroes op schijf is gezet. Op deze zelfde plaat van The Urban Heroes, A Hot Piece Of Merchandise, verscheen ook hun nummer Selling Yesterday.

Trackback van jouw site.

Laat een reactie achter

De single moest...

Ja, zo ken die wel weer